Welkom bij MERIAL Nederland
Home > Voor gezelschapsdieren > Honden > Vaccinatie
Honden Vaccinatie
Infectieziekten bij de hond bedreigen de gezondheid van uw trouwe viervoeter. Gelukkig bestaat er de mogelijkheid om tegen bepaalde ziekten te vaccineren, de zogenaamde vaccinatie (= inenting). Voorkomen is beter dan genezen!
Hoe werkt een vaccin?
Met een vaccinatie wordt gebruik gemaakt van de natuurlijke afweer van uw hond. Een vaccin tegen een bepaalde ziekte zet het lichaam aan om een bescherming (een immuniteit) tegen een ziekte op te bouwen.
Er zijn ook vaccins die met één toediening uw hond beschermen tegen een aantal ziekten, hierdoor kan men met minder injecties bij uw hond volstaan.
Waarom herhalen?
Na verloop van enige tijd verzwakt het effect van de vaccinatie en heeft het lichaam van uw hond opnieuw een stimulans nodig om zijn weerstand op peil te houden. Hoe vaak en wanneer deze herhalingen plaats moeten vinden is afhankelijk van de ziekte waartegen men vaccineert.
Klik hier op “Infectieziekten bij de hond" om meer te weten te komen over de besmettelijke ziekten waar uw hond tegen aan kan lopen.
Klik hier op “Vaccinatie van puppy’s” om meer te weten te komen over het vaccineren van puppy’s.
Infectieziekten bij de hond
Het lichaam van uw hond
In het onderstaande schema ziet u op eenvoudige wijze weergegeven waar zich de belangrijkste organen bevinden. Door op in de afbeelding over de organen heen te bewegen ziet u welke infectieziekten deze organen kunnen aantasten en zo uw hond kunnen ziek maken. Door er op te klikken krijgt u een korte toelichting over de betreffende ziekte.
- Hersenen: Hondenziekte, Hondsdolheid
- Oog: Infectieuze leverziekte
- Neus
- Mond/Keel
- Luchtpijp: Kennelhoest
- Slokdarm
- Hart: Parvo bij de hond
- Longen: Hondenziekte
- Lever: Infectieuze leverziekte, Ziekte van Weil
- Nieren: Ziekte van Weil
- Darmen: Parvo bij de hond, Hondenziekte, Ziekte van Weil, Herpesvirus
- Baarmoeder: Herpesvirus
- Blaas

Parvo bij de hond
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een klein virus (het parvovirus). Infectie vindt plaats door opname van de virusdeeltjes, die door besmette dieren o.a. met de ontlasting worden uitgescheiden. Het virus blijkt ongevoelig te zijn voor veel ontsmettingsmiddelen. Het virusdeeltje kan gedurende lange tijd in de omgeving aanwezig blijven. Vooral jonge dieren zijn gevoelig voor de infectie maar ook oudere dieren kunnen zich besmetten. De ziekte kenmerkt zich vaak door koorts en braken gevolgd door diarree, bij jonge dieren kan soms ook de hartspier aangetast worden.
Hondenziekte (ziekte van Carré)
Deze ziekte wordt veroorzaakt door een virus waarvoor vooral jonge honden gevoelig zijn. Infectie vindt plaats door virusdeeltjes die door besmette dieren worden uitgescheiden en opgenomen worden door gevoelige dieren.
De ziekte begint vaak met oog- en neusuitvloeiing gecombineerd met koorts. Ook kunnen de longen en de darmen worden aangetast en wordt het beeld soms verergerd met zenuwverschijnselen (z.g. “tics”).
Infectieuze leverziekte (HCC)
De ziekte wordt veroorzaakt door een virus en wordt vaak aangetroffen bij jonge honden. Infectie vindt plaats door inademing of door de opname van virusdeeltjes met de mond. Dieren die de ziekte doorgemaakt hebben en genezen zijn kunnen nog maanden virusdeeltjes uitscheiden. Vaak ziet men een acuut optredende ziekte die zich kenmerkt door ooguitvloeiing, hoge koorts, opeenhopingen met bloederig vocht in de lichaamsholten en een vergrootte lever. Een tweede type van dit virus veroorzaakt aandoeningen van de ademhalingswegen en kan een onderdeel van het kennelhoest complex (zie verderop in deze brochure) zijn.
Ziekte van Weil (Leptospirose)
Deze ziekte wordt veroorzaakt door de zogenaamde Leptospiren; dit zijn bacteriën die door geïnfecteerde dieren voornamelijk met de urine worden uitgescheiden. Ook de bruine rat speelt een rol bij verspreiding van deze ziekte. Infectie komt tot stand doordat de hond contact heeft met de urine van een geïnfecteerde hond of met de urine van een geïnfecteerde bruine rat. De ziekteverschijnselen kunnen zich plotseling of wat geleidelijker voordoen en bestaan uit: algemeen ziek zijn, koorts, maagdarmstoornissen, nierontsteking en soms geelzucht door de ontsteking van de lever.
Kennelhoest
Dit ziektebeeld kan veroorzaakt worden door een aantal infectieuze oorzaken waarvan de belangrijkste het “Para-Influenzavirus”, het “Canine Adenovirus type 2” en de “Bordetella bacterie” zijn. Honden besmetten zich door opname of inademing van de verwekkende kiemen. Vaak hangt de ziekte samen met een verandering in de leefomstandigheden van de hond (bv. een verblijf in een hondenpension). De verschijnselen zijn vaak een harde droge hoest als gevolg van de ontsteking van de luchtpijp, die zich eventueel naar de lagere luchtwegen (bv. bronchiën) kan uitbreiden.
Voor meer informatie klik hier.
Herpesvirus
Het herpesvirus dat deze ziekte veroorzaakt wordt ofwel tijdens de dracht of vlak na de geboorte van de teef op de pups overgedragen, waarbij de teef het virus bij zich kan dragen zonder er zelf ziek van te zijn. Deze ziekte uit zich door vruchtbaarheidproblemen bij de teef en eventueel abortus. Bij de jonge pups in het nest kan dit virus algemene ziekteverschijnselen, zoals braken, lusteloosheid en diarree veroorzaken, waarbij ook pupsterfte op kan treden.
Hondsdolheid
Het hondsdolheidsvirus is besmettelijk voor alle warmbloedige dieren, waaronder bv. hond, kat én mens. De besmetting komt meestal tot stand door een beet van een geïnfecteerd dier bv. een vos omdat het speeksel van een besmet dier virusdeeltjes bevat. Na enige tijd treden gedragsveranderingen op die zich kunnen uiten als agressief gedrag. Het verloop van de ziekte is meestal fataal.
